Eerstelijnscentra massaal bang voor voortbestaan

18 mei 2015

50 tot 80%t van de zorggroepen en gezondheidscentra maakt zich zorgen over eigen voortbestaan. Dat komt naar voren uit een enquête van NIVEL in opdracht van branchevereniging InEen.

Uit het onderzoek blijkt dat bijna de helft van de gezondheidscentra en zorggroepen (47%) ontevreden is over het proces van contractering. Een vergelijkbaar percentage (48%) heeft onvoldoende onderhandelingsruimte ervaren. De helft is ontevreden over inhoud van het contract (tarief, voorwaarden en volumes), met name als het gaat om ketenzorg en ruimte voor innovatie en substitutie. Vijftig procent van de zorggroepen geeft aan dat de afgesproken tarieven niet hoog genoeg zijn om een reserve op te bouwen. In veertig procent van de contracten is er sprake van een malussysteem, waardoor zorgaanbieders moeten interen op de schaarse reserves.

Bestuurlijk akkoord

Volgens InEen staan de uitkomsten van enquête haaks op de beoogde versterking van de eerste lijn zoals afgesproken in het Bestuurlijk akkoord van 2013 en de afspraken over de nieuwe bekostigingssystematiek voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg die in juli 2014 werden gesloten met VWS en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

In het Bestuurlijk akkoord is onder meer afgesproken dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars afspraken maken over hoe substitutie van zorg van tweede naar eerste lijn plaats kan hebben. Volgens ongeveer de helft van de respondenten gebeurt dit. Dit percentage is gelijk aan het jaar daarvoor. Dat geeft aan dat de afgesproken extra aandacht en ruimte voor substitutie nog onvoldoende geboden wordt, aldus InEen.

Achterlopen

“De verzekeraars hanteren budgetten die achterlopen op de groeiende vraag naar ketenzorg en geïntegreerde eerstelijnszorg, en men knijpt daarom de tarieven voor zorggroepen en gezondheidscentra af. Men stuurt op meer productie voor minder geld”, concludeert Andre Louwen, huisarts en bestuurder van InEen. “Het draagvlak voor innovatie en betere programmatische zorg, waarbij de kosten nu eenmaal voor de baat uitgaan, wordt daardoor aangetast.”Meerjarige contracten zouden rust en vertrouwen kunnen brengen, maar slechts 3 procent van de afgesloten contracten heeft een meerjarige looptijd.

Vooruitlopend op de contractering vooor 2016 wil InEen op korte termijn met de bestuurlijke partners in gesprek over de resultaten van de Nivel enquête. De inzet bij deze gesprekken is wat InEen betreft meer geld voor ketenzorg, een nieuwe bekostiging voor gezondheidscentra en het actief stimuleren van substitutie, zodat eerstelijnszorgverleners de beoogde spilfunctie in het nieuwe zorgstelsel kunnen waarmaken.

Bron: Skipr

Terug